Windmolens en gezondheid

Over windenergie, windturbines en bijvoorbeeld effecten op omgeving en gezondheid bestaan veel vragen. Dat is begrijpelijk, zeker als er een windpark in de buurt komt. Op deze pagina beantwoorden we veelgestelde vragen. Dit doen we op basis van onderzoek van onafhankelijke organisaties, zoals het RIVM, de GGD, de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) en de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO).

De antwoorden op deze website gaan over wat in het algemeen bekend is. Zeker als het gaat om gezondheid, kan de ervaring per persoon en per situatie verschillen. Daarom blijven we graag in gesprek met omwonenden van ons project.

Sommige mensen kunnen bewegende schaduw of knipperend licht als zeer storend ervaren. Dat kan bijdragen aan stress, irritatie of vermoeidheid, zeker als mensen al spanning voelen over het windpark.​ 

Er zijn landelijke regels voor de hoeveelheid slagschaduw op woningen. In de praktijk krijgen windturbines een automatisch systeem dat de turbine stilzet als de berekende grens bijna wordt bereikt.​ Ook voor de verlichting op de mast van een windmolen bestaan slimme systemen. Deze dimmen bijvoorbeeld het licht dimmen of zorgen dat het alleen aangaat als dat voor de luchtvaart nodig is. 

Heb je klachten over slagschaduw of lichthinder? Meld deze dan. Met meetgegevens en instellingen is het vaak mogelijk om bij te sturen.​ 

Meer informatie: RIVM – Q&A windturbines en gezondheid (onderdeel hinder/slagschaduw)

Wil je meer lezen over gezondheid en windturbines. Kijk dan op: 

Windturbines kunnen voor sommige mensen hinderlijk zijn. Mensen kunnen zich bijvoorbeeld boos, gespannen of gestrest voelen door het geluid of door het gevoel weinig invloed te hebben op het project.​ 
Onderzoekers zien hinder en langdurige stress als een belangrijk gezondheidseffect. Maar er is geen duidelijk bewijs voor een aparte ziekte die alleen door windturbines ontstaat.​ 

Meer informatie: RIVM – Vragen en antwoorden gezondheidseffecten windturbines en RIVM – Windturbines en gezondheid (factsheet/achtergrond)

Windmolens hoor je ’s nachts meestal beter dan overdag, omdat er ’s nachts minder ander geluid is. Je kunt daardoor ’s nachts extra last hebben. Het lijkt logisch dat windmolengeluid er dus voor zorgt dat je slechter slaapt, maar er is geen bewijs dat dat gebeurt. Er is een aantal onderzoeken gedaan naar de slaapverstoring door windmolens, maar de uitkomsten daarvan spreken elkaar tegen.

In Nederland gelden strenge geluidsregels om de kans op (slaap)verstoring zo klein mogelijk te houden. En juist omdat mensen ’s nachts vaak meer hinder hebben, is er ook een verschil in normen tussen overdag en ’s nachts. Verder loopt er aanvullend onderzoek naar geluid en gezondheid.

Bronnen: website GGD Leefomgeving, RIVM

Windturbines produceren geluid over het hele spectrum van lage tot hoge tonen, net als andere geluidbronnen, en dus ook laagfrequent geluid (LFG) en infrageluid (geluid onder de 20Hz). Het aandeel LFG en infrageluid van windturbinegeluid is gemiddeld vergelijkbaar met dat van andere alledaagse bronnen, zoals wegverkeer.

Het meten van LFG is moeilijk. Het is mogelijk dat (ook) andere factoren een rol spelen bij het ontstaan van klachten. Denk aan medische aandoeningen, zoals tinnitus. Er is nog veel onbekend over de gezondheidseffecten die kunnen optreden bij blootstelling aan LFG. Anders dan bij geluid in het algemeen zijn alleen hinder en mogelijk slaapverstoring gevonden als effecten van blootstelling aan LFG.

Lees ook de factsheet van het RIVM over laagfrequent geluid

Als de zon schijnt, kan de schaduw van de draaiende molenwieken zorgen voor schaduw. Dit heet ‘slagschaduw’. Valt die schaduw precies op een plek waar je zit of werkt, dan kan dat hinderlijk zijn. De hoeveelheid schaduw verandert gedurende de dag en verschilt per seizoen. Er zijn regels om onder andere woningen te beschermen tegen slagschaduw. Om slagschaduw te verminderen, is de plek van de windmolens belangrijk. Soms is het nodig om de windmolen op bepaalde tijdstippen stil te zetten.

De officiële slagschaduwnorm is dat een windmolen gemiddeld maximaal 17 dagen per jaar een zogeheten gevoelig object maximaal 20 minuten per dag mag raken met de slagschaduw. Een gevoelig object is bijvoorbeeld een woning, verpleeghuis of kinderdagverblijf. Dit betekent dus maximaal 6 uur slagschaduw per jaar per gevoelig object.

Moderne turbines schakelen automatisch uit voordat deze hoeveelheid uren zijn bereikt om te voorkomen dat de norm wordt overschreden.

Kijk voor meer informatie op de website van het Informatiepunt Leefomgeving en het RIVM.

Het stromen van de lucht om de draaiende wieken maakt geluid. Het klinkt als zoeven of zwiepen. Hoe harder het waait, hoe meer geluid. De afgelopen jaren is er hard gewerkt aan stillere windmolens. En er zijn strenge, landelijke geluidsnormen voor windmolens. Daar moeten en willen we natuurlijk aan voldoen.

Lees meer over het geluid van windmolens op de website van de Helpdesk Wind op Land.

Bij sommige windturbines wordt voor de bladen epoxyhars gebruikt met Bisfenol A (BPA). Dit is een chemische stof die in veel producten voorkomt. Denk aan bouwmaterialen, elektronica, plastic flessen, (voedsel)verpakkingsmateriaal en speelgoed. Voor windturbines wordt ook veel gebruikgemaakt van coatings van polyurethaan, waar geen BPA in zit. Volgens onderzoek is de hoeveelheid BPA die door windmolens in het milieu terechtkomt dan ook verwaarloosbaar – zeker ten opzichte van andere bronnen. Andere producten zoals bouwmaterialen, speelgoed en plastic flessen dragen meer bij aan de blootstelling van de mens aan BPA. 

Je vindt de onderzoeken via de website van de Helpdesk Wind op Land en op de website van het RIVM.