Windmolens en gezondheid

Windmolens hoor je ’s nachts meestal beter dan overdag, omdat er ’s nachts minder ander geluid is. Je kunt daardoor ’s nachts extra last hebben. Het lijkt logisch dat windmolengeluid er dus voor zorgt dat je slechter slaapt, maar er is geen bewijs dat dat gebeurt. Er is een aantal onderzoeken gedaan naar de slaapverstoring door windmolens, maar de uitkomsten daarvan spreken elkaar tegen.

Bron: website GGD Leefomgeving

Windturbines produceren geluid over het hele spectrum van lage tot hoge tonen, net als andere geluidbronnen, en dus ook laagfrequent geluid (LFG) en infrageluid (geluid onder de 20Hz). Het aandeel LFG en infrageluid van windturbinegeluid is gemiddeld vergelijkbaar met dat van andere alledaagse bronnen, zoals wegverkeer.

Het meten van LFG is moeilijk. Het is mogelijk dat (ook) andere factoren een rol spelen bij het ontstaan van klachten. Denk aan medische aandoeningen, zoals tinnitus. Er is nog veel onbekend over de gezondheidseffecten die kunnen optreden bij blootstelling aan LFG. Anders dan bij geluid in het algemeen zijn alleen hinder en mogelijk slaapverstoring gevonden als effecten van blootstelling aan LFG.

Lees ook de factsheet van het RIVM over laagfrequent geluid

Als de zon schijnt, kan de schaduw van de draaiende molenwieken zorgen voor schaduw. Dit heet ‘slagschaduw’. Valt die schaduw precies op een plek waar je zit of werkt, dan kan dat hinderlijk zijn. De hoeveelheid schaduw verandert gedurende de dag en verschilt per seizoen. Er zijn regels om onder andere woningen te beschermen tegen slagschaduw. Om slagschaduw te verminderen, is de plek van de windmolens belangrijk. Soms is het nodig om de windmolen op bepaalde tijdstippen stil te zetten.

De officiële slagschaduwnorm is dat een windmolen gemiddeld maximaal 17 dagen per jaar een zogeheten gevoelig object maximaal 20 minuten per dag mag raken met de slagschaduw. Een gevoelig object is bijvoorbeeld een woning, verpleeghuis of kinderdagverblijf. Dit betekent dus maximaal 6 uur slagschaduw per jaar per gevoelig object.

Moderne turbines schakelen automatisch uit voordat deze hoeveelheid uren zijn bereikt om te voorkomen dat de norm wordt overschreden.

Kijk voor meer informatie op de website van het Informatiepunt Leefomgeving.

Het stromen van de lucht om de draaiende wieken maakt geluid. Het klinkt als zoeven of zwiepen. Hoe harder het waait, hoe meer geluid. De afgelopen jaren is er hard gewerkt aan stillere windmolens. En er zijn strenge, landelijke geluidsnormen voor windmolens. Daar moeten en willen we natuurlijk aan voldoen.

Lees meer over het geluid van windmolens op de website van de Helpdesk Wind op Land.

Bij sommige windturbines wordt voor de bladen epoxyhars gebruikt met Bisfenol A (BPA). Dit is een chemische stof die in veel producten voorkomt. Denk aan bouwmaterialen, elektronica, plastic flessen, (voedsel)verpakkingsmateriaal en speelgoed. Voor windturbines wordt ook veel gebruikgemaakt van coatings van polyurethaan, waar geen BPA in zit. Volgens onderzoek is de hoeveelheid BPA die door windmolens in het milieu terechtkomt dan ook verwaarloosbaar – zeker ten opzichte van andere bronnen. Andere producten zoals bouwmaterialen, speelgoed en plastic flessen dragen meer bij aan de blootstelling van de mens aan BPA. 

Je vindt de onderzoeken via de website van de Helpdesk Wind op Land.